Dart begrippen 1-2
| Inhoudsopgave |
|---|
| Dart begrippen 1-2 |
| Dart begrippen 2-2 |
| Alle pagina's |
Pagina 1 van 2
BEGRIPPEN

Annies room / Mad house: De dubbel 1. ( Mooi Hè )

Baby ton: Een score van 95, normaal bij het scoren van vijf 19s.
Bag of Nuts: Een score van 45.
Basement / Bottom of the house: Dubbel 3.
Breakfast: Een score van single 5, single 20, single 1 in een game van x01.
Bucket of nails: Als alle 3 darts in de 1 belanden.
Buckshot: Als de darts wijdverspreid over het bord komen.
Bust: Meer gooien dan dat je nodig hebt in een game van x01. Alle darts tellen dan niet, geen score.
Chucker: Een speler die gewoon maar wat gooit; Niet richt of het wat uitmaakt wat hij/zij raakt.
Circle it: Score lager dan 10 met 3 darts. Zijn teamgenoten zullen zeggen: ‘Circle it’
Cork: Het midden van het bord.
Diddle for middle: Een worp met 1 dart op de bullseye om te kijken wie de wedstrijd mag beginnen.
Double in: Een dubbel gooien om de partij te beginnen, dat de scores beginnen te tellen.
Double out: Een dubbel gooien om de leg te winnen.
Double top: Dubbel 20. ( Tops )
Double trouble: Niet in staat zijn om de dubbel te gooien om de partij te winnen.
Laatst aangepast (vrijdag 08 januari 2010 17:42)
Over darten 
